Felicia krijgt hoog bezoek

 

Ze zet de cadeaus en de bloemen achter in haar auto en controleert nog een keer of ze alles heeft afgesloten en niets is vergeten. Ze stapt in de auto en begint aan de lange reis. “Het is hier nog rustig op de weg, dat zal verderop haar route wel anders zijn”, denkt ze. “O alstublieft, dat ik toch goed aankom en haar mag zien!”, stuurt ze haar wens de ruimte in. Ze probeert zich te concentreren op de weg, is meer gespannen dan anders.

 

De bladeren die van de bomen zijn blijven liggen kan ik nu wel weghalen. Het is hier niet nodig dat ze de planten beschermen tegen de vrieskou. Die oude gewoonte zit er zo in, terwijl het hier nooit zo koud wordt. De tuin heeft ook niet veel aandacht nodig, het groeit hier toch wel. Het is wel een prettige manier om een deel van je eigen tijd te besteden en je terug te kunnen trekken. Dat is wat ik ook altijd prettig vond op aarde. Ik kon toen niet zonder de momenten in de tuin, de rendez vous in de ochtend, waar ik mijzelf terugvond.

Ach dat is allemaal zo lang geleden, in die andere wereld. Soms vergeet ik helemaal dat ik daar ook nog een bestaan heb gehad. Dat doet het bestaan hier met je, het verleden raakt meer op de achtergrond. Ook de nare dingen vervagen op die manier. Af en toe komen de prettige dingen nog wel boven en ga ik even lekker zitten mijmeren. Hier is er geen mens welke daar een probleem mee heeft, of mij aanspoort om schoon te gaan maken en productief te blijven.

Er verandert iets in de atmosfeer, een van die zeldzame momenten dat ik aanvoel dat er iets gaat gebeuren. Er gaat iemand langskomen, een bijzondere gebeurtenis plaatsvinden… De deur van mijn tuin gaat open, en hij komt binnen. Ik heb hem nog maar een paar keer ontmoet en elke keer schrik ik er toch wel van. Hij is groot en enorm krachtig, maar hij heeft een lieve uitstraling. Hij is niet te beschrijven. Zijn bezoeken hebben een bijzonder reden, die mijn leven hier veranderen. Nou ja leven, hoe moet je het anders noemen. Ik heb hem nog niet durven vragen naar zijn naam, ik denk dat ik hem maar Michaël noem, dat past bij hem.

 

Hij wenkt me om met hem mee te gaan. Zou er weer een familielid aankomen? Nog niet zo lang geleden, al verdwijnt hier wel je besef van tijd, riep hij mij ook. Toen was mijn jongste broer aangekomen en hebben we hem met de overige familieleden ontvangen.

 

Michael kijkt me ernstig aan en laat mij weten dat hij een belangrijke opdracht heeft, we gaan iets doen wat eigenlijk zelden voorkomt, ik mag met hem mee naar beneden! Mijn adem blijft bijna stilstaan, zou het echt.?

 

“Het kost namelijk veel tijd, ook al reizen we snel, en veel geestelijke strijd en energie”, vertelt hij me nog. “Een groot deel van de reis zul je slapen omdat het anders te snel voor je gaat”. Hij vertelt nog dat ik hem niets mag vragen onderweg, tot hij zelf aangeeft dat het weer kon.

Hij neemt me in zijn vleugels mee en we gaan richting een deur, maar van de rest kan ik me niets meer herinneren.

Ik word weer wakker, of bij bewustzijn als we boven een wolkendek vliegen. Ik kon de snelweg beneden mij zien, wat rijden er veel auto’s! We blijven boven die weg hangen en na een tijdje begin ik het saai te vinden. Ik zou wel wat meer van het land willen zien, en vooral mensen, geen auto’s. Ik durf hem nog niets te vragen.

Ik kijk naar beneden en ontdek dat we boven een bepaalde auto blijven hangen, een rode. Ik kon niet zien wie er in zit, en het merk zegt me al helemaal niets meer, dat is te lang geleden. Ik heb toch nog wel tot vlak voor mijn vertrek kunnen rijden. Mijn dochter haalde haar rijbewijs en heeft op het laatst nog in mijn oude auto gereden. Ze haalde nog haar vriend van het station toen ik bijna moest gaan, ik weet nog dat ik kon wachten tot ze terug was.

 

Ineens gaat de auto een afrit op en stopt bij een stoplicht. Ik ben benieuwd op welke plek we zijn, ik kon het van bovenaf niet goed zien. De auto gaat een woonwijk in en ik zie wat flats. De auto rijdt een parkeerplaats op en parkeert bij een flat. Deze flat komt mij niet bekend voor.

 

Er stapt een vrouw uit met grijs haar. Er begint zich iets te vormen in mijn gedachten, een vage herinnering, een gedachte. Ik zou die vrouw toch moeten kennen, maar waarvan?. Ze doet de achterkant van de auto open en pakt allerlei tassen en spullen eruit; bloemen en cadeaus lijken het wel. Wat is er toch allemaal aan de hand.

 

Ik wil net aan Michaël vragen wie het is, als we ons verplaatsen en dichter naar de flat toegaan. We volgen de vrouw en zien haar lopen op de galerij tot ze aanbelt. Een jonge vrouw in een witte jurk, een zuster denk ik, doet open en dan vliegen we over de flat heen naar de achterkant.

 

Michael kiest een raam uit en een balkon om voor te blijven hangen. Ik kon een slaapkamer zien waar net een plukje donker haar boven een dekbed uit komt. Het lijkt me midden op de dag, is hier iemand ziek? Naast het bed zie ik een blauwe kinderwagen zonder onderstel staan. Misschien komt die mevrouw op kraamvisite?

 

Ineens komt een vrouw uit het bed omhoog en ze buigt zich over de kinderwagen. Wat ziet zij toch bleek, denk ik. Maar dan realiseer ik me dan ze een bekend gezicht heeft. Ze pakt een baby uit de kinderwagen en ik zie haar gezicht en schrik. Dit is toch, dit zou, dit moet…. Ik kijk naar Michael en hij knikt me glimlachend toe. Hij zegt, “geniet nog even, we moeten bijna weg, mijn missie is volbracht”.

 

Ik begrijp nog niet wat zijn missie was, maar vind het geweldig om haar te zien. Ze ziet er wel heel bleek uit, wat jammer dat ik niet voor haar kon zorgen en haar helpen met de baby.

“Wat kijk je naar buiten, daar is toch niets te zien”, hoor ik haar tegen haar baby zeggen. Die stem, ach wat had ik die lang niet gehoord. De baby kijkt met haar grote ogen naar buiten door het raam, precies in mijn gezicht. Ik kan haar goed bekijken, wat lijkt ze op haar, die grote ogen en mooie wenkbrauwen. Zou het kindje me kunnen zien, misschien hebben baby’s toch een extra zintuig?

 

Michael pakt mijn arm en laat me onhoorbaar weten dat het nu echt tijd is om te gaan. Er wacht hem weer een nieuwe opdracht. Ik zie nog net de deur opengaan en de vrouw met grijs haar komt binnen. Ja nu weet ik weer wie het is. Zij mag voor ons tweeën gaan genieten van onze kleindochter. Jammer dat ik nog niet de naam van de kleine te weten ben gekomen.

 

Voor ik er lang over na kan denken, zijn we al weer boven. Ik ben weer gedeeltelijk in slaap geweest. Ik heb nu echt tijd nodig om aan mijn bureau in het tuinhuisje te gaan zitten om dit alles een rustig op te schrijven. Michaël moest na het terugbrengen direct weer verder, maar hij zei nog wel iets raadselachtigs. Hij gaf me een tuintip! Hebben Engelen niets beters te doen.

Hij zei dat ik het plantje, wat ze beneden Felicia noemen, maar eens moest planten in mijn tuin. Ze zijn nogal raadselachtig die Engelen, ze beginnen uit zichzelf nooit een gesprek en beantwoorden weinig vragen. Wat zou hij nou hier mee bedoelen, maar je kunt maar beter luisteren, ik ga het morgen planten en dan zie ik wel wat ervan komt.

 

©Cecile Rijke 2006 , vernieuwd 2008

Ik ging in de overleefstand

25 november 2008


De voorspelde sneeuw houdt me niet tegen, nu ik eindelijk ‘mijn dag’ heb. Vandaag, zaterdag 22 november ga ik naar Nieuwegein naar de eerste “moeders zonder moeder” dag. Deze dag is bedoeld voor moeders die hun eigen moeder zijn verloren, kort of lang geleden dat maakt niet uit.

De vrouwen die het organiseren hebben dit zelf ook meegemaakt en houden zich tevens in hun vakgebied hiermee bezig, als psycholoog, journalist, therapeut, muzikant. Marja Boeve begint de ochtend met haar verhaal en zingt een paar van haar liederen. Het duurt niet lang of ik hoor snikken en het geritsel van zakdoeken.

Bij het volgende lied kan ik mijn eigen tranen ook niet meer tegenhouden. Iets wat ik niet gewend ben van mezelf. Het komt omdat ze zingt over het kleinkind wat de oma nooit heeft leren kennen en dat raakt me persoonlijk. De titel van haar cd; muziek die je raakt is terecht gekozen. In deze atmosfeer komen dingen los die jarenlang vast hebben gezeten. Wat er in zit moet eruit, zei men vroeger in de psychologie. Door gevoelens te voelen en ze te laten stromen komt er verwerking van de emoties, niet door ze binnen te houden.

Daan Westerink vertelt dat ze zichzelf een bruggenbouwer noemt. Het heeft geen zin om onderling onderscheid te maken in leeftijd waarop je moeder stierf. We moeten niet gaan vergelijken en doen aan “leedconcurrentie”. Het troost niet als je ouder was. Wat ze ook ontdekt heeft is dat veel vrouwen in de overleefstand zijn gegaan. Zo vertelt Karin den Hollander dat ze zeventien jaar was toen haar moeder stierf. Ze ging zorgen voor het gezin en moest voornamelijk overleven, en vooral niet gaan voelen.

In kleine groepjes praten we over onze persoonlijke ervaringen door. De vragen op het briefje hebben we haast niet nodig, zo soepel komen de verhalen los. Het praten met mensen die hetzelfde hebben meegemaakt is voor mij een nieuwe ervaring. Je hoeft niets uit te leggen, mensen begrijpen je met een half woord.

Veel vrouwen vertellen dat hun vader binnen een jaar al weer hertrouwde. Soms deed hij zelfs alle spullen weg die aan hun moeder deed herinneren. Als kind moet je niet alleen wennen aan een nieuwe stiefmoeder, je moeder wordt in de doofpot gestopt alsof ze nooit bestaan heeft.

Mieke Ankersmid heeft dit ook ervaren vertelt ze. Ze was twaalf jaar, toen haar moeder overleed en alle spullen en foto’s van haar moeder zijn weggedaan. Ze ontdekte dat ze niet alleen haar moeder, maar ook haar vrouwelijke kant hiermee verloor. Ze ging later werken in terminale zorg samen om ‘de dood weer in haar leven te krijgen’. Het boek “verlaat verdriet” schreef ze voor mensen die voor hun 20e een van hun ouders verloren en op latere leeftijd met de verwerking bezig gingen. Haar moeder staat op de kaft van het boek vertelt ze vol trots, zij is weer terug!

Na de lunch zijn er drie workshops die je kunt volgen. Brief aan mijn moeder van Daan Westerink, waarbij je aan je moeder schrijft hoe je leven er nu uitziet, wat je haar graag had willen laten zien. Hierna is er ruimte om dit met elkaar te delen en bespreken
Ik mis je, is de tweede workshop die Karin den Hollander en Marjolein Simons geven die voor hun studie psychologie hierover hebben geschreven. Behalve bespreken van het thema is er ook veel ruimte voor uitwisseling met elkaar om herkenning te vinden.

Mieke Ankersmid leidt de workshop die ik ga volgen; spiegel van je innerlijke kind. Ik kies hier bewust voor omdat ik mijn spontane vrolijke en creatieve kant of kind jarenlang het zwijgen heb opgelegd. Mieke vraagt ons een eigenschap te noemen die we als kind hadden en nu als volwassene nog steeds hebben. Spontaniteit, speelsheid, humor, echtheid, vrolijkheid worden genoemd. Dan gaan we in groepjes van drie met elkaar praten over je kindertijd.

We beginnen met onderwerpen uit je kindertijd zoals; je straat van vroeger, je huis, je kamer, de favoriete kleding, je huisdier, je vriendin. Als het over de moeders gaat komt het onderwerp dichterbij en ik merk dat in verschillende groepen de emoties loskomen.

We gaan een oefening doen, schrijven met je linkerhand als een kind aan zijn. Ze vertelt dat dan je kinderlijke kant naar boven komt. Ik heb iets in mijn hoofd en dat kan ik niet zo snel opschrijven met links dus ik schrijf met rechts, waar ik later spijt van heb.

De andere twee groepsgenoten waren drie en tien jaar toen hun moeder stierf en hebben met links geschreven alsof ze dat kind waren. Ik zelf was 23 toen mijn moeder stierf en merk dat ik blijkbaar ook als iemand van die leeftijd heb geschreven. Ik ben niet in het kind gedoken, in mijn hart, maar in mijn verstand blijven steken.

Als afronding doen we arm in arm een rustige volksdans op Slavische muziek. Het geeft mij persoonlijk een gevoel van gedragen te worden door alle vrouwen, alle moeders om mij heen. Ze deelt ons ieder het certificaat voor kinderlijke personen uit. Dit certificaat geeft het recht om te wandelen in de regen, te springen in de modderplassen, van gedachten te veranderen, te zingen in de badkamer, te huppelen enz.

Iedereen in onze groep kan nog even iets zeggen over deze dag. Ik zeg dat ik het fijn vond om er te zijn en moeite heb om naar huis te gaan. Een andere vrouw zegt hetzelfde. Je kunt niet overbrengen wat je beleefd heb al heb ik geprobeerd het hier uit te leggen. Als ik weer in de auto stap doet de parkeerboete op mijn ruit mij niets, deze dag was het allemaal waard.

zie verder
(C) 2008 Cecile Rijke

The secret, het geheim van een gelukkig leven?

Maandag 6 oktober 2008
 

Wie wil er niet gelukkig, gezond en succesvol zijn? Volgens het in 2007 verschenen boek; ‘The secret’, geschreven door Rhonda Byrne en andere auteurs is dit heel eenvoudig. De manier om dit te bereiken was tot nu toe een geheim. Vandaar ook de naam van het boek; The Secret. Maar niet getreurd, nu kan iedereen dit te weten komen. Je hoeft alleen het boek maar te lezen.

 

Wat houdt het geheim dan precies in? Het gaat om een onzichtbare wet die in de schepping ligt; die van de aantrekkingskracht (‘Law of attraction’). Deze wet zorgt ervoor dat je díe dingen krijgt waar je aan denkt. Je hoeft je aandacht alleen maar heel sterk te richten op wat je wenst. Als je de goede dingen denkt, zendt je deze positieve boodschap uit. Je krijgt dan ook die goede dingen van ‘het universum’ . Als je slechte dingen denkt; het zal mijn toch nooit lukken, dan gebeurt dat ook.

 

Het is bekend dat negatieve gedachten je kunnen beïnvloeden. Je kunt je slechter gaan voelen als je slecht over jezelf denkt. Zo is het wel logisch dat positieve gedachten over jezelf je beter doen voelen. De schrijvers of aanhangers van The secret gaan echter nog véél verder, ze beweren dat het zelfs mogelijk is jezelf gezond of rijk te denken.

 

Het enige wat je hoeft te doen is goede dromen en wensen te bedenken en het gaat gebeuren. Denk aan die speciale laptop die je wilt hebben. Knip een plaatje uit en hang hem op je prikbord. Vroeg of laat komt hij vanzelf naar je toe. Het universum zal jouw ‘uitgezonden stralen’ opvangen en het je geven.

 

De vraag die bij je opkomt is dan, wie of wat is het Universum?. Wie zorgt er voor dat deze dingen gebeuren? In het boek komt daar eerst geen duidelijk antwoord op. Pas aan het eind van het boek geeft men de achterliggende gedachte weer; de ware bron is het onzichtbare veld, waarbij het niet uitmaakt of je dat het universum, de opperste geest, God of oneindige intelligentie noemt. “ (the secret p 163). Het maakt dus niet uit wie of wat de bron is die je dit allemaal geeft.

 

Het ontstaan van deze gedachtes komt uit het Nieuwe testament. Daarbij citeert men de volgende tekst; “Alles waarom jullie in je gebeden vragen, zullen jullie krijgen, als je maar gelooft”. (Matth. 21:22). Dat er ook in de bijbel staat dat je deze dingen moet vragen in Zijn naam lees je hier niet. Waarom zou je iets willen, wie is er mee gediend, heb ik het wel nodig? Dit zijn vragen die hier niet gesteld worden

 

Het geheim is een hele hype, een cultus geworden. In de talkshows van Oprah Winfrey is er veel aandacht aan besteedt. Er is een film met dezelfde titel verschenen en diverse boeken breien door op dit thema. In het blad Happinez stond in 2007 een artikel, waarin genoemd wordt dat er vanuit de wetenschap, namelijk de kwantumfysica experimenten gaande zijn om het effect van onze gedachten op ons leven te meten.

 

Mijn eerste kritiek op ‘the secret’, is dat men beweerd dat je zelf je eigen God bent en kan bepalen wat je overkomt. Het is mogelijk alles te bereiken, je hoeft het alleen maar te bedenken, te willen. Je hoeft aan niemand verantwoording af te leggen, zeker niet aan een schepper.

 

Mijn tweede punt van kritiek is; stel dat het inderdaad waar is. Dat je dingen kan verkrijgen, alleen maar door er aan te denken. Wie geeft het dan aan je?. Zorg je dan zelf voor je genezing, je rijkdom, zorgt het Universum ervoor, is het van God? De rol van God wordt niet belangrijk geacht. Er wordt niet gezegd dat je ook kunt bidden of met zijn geboden rekening moet houden. Je bent onafhankelijk in je doen en laten van God, van andere mensen. Geloof in een God speelt dan geen rol meer. Je wordt niet geconfronteerd met je schepper, met je eigen ik, met je eigen innerlijk met al zijn goede en slechte kanten.

 

Het positieve aan dit boek is dat er een hoofdstuk gewijd is aan dankbaarheid, alleen staat er weer niet bij, wie je dankbaar moet zijn. Het gevolg van deze theorie zou kunnen zijn waar de bijbel ons voor waarschuwt in Deuteronomium 8;17 “En dan zou u bij uzelf denken: Al die voorspoed hebben we op eigen kracht verworven”? (NBV 2004).

 

Een interessante vraag is ook, als het principe van het geheim werkt, dat je dingen kan krijgen door er aan te denken, hoe komt dit dan? Als dit in de schepping verborgen ligt, wie heeft daar dan voor gezorgd en waarom was het tot nu toe onbekend? Is het misschien een kracht die wel bestaat maar waar de mens geen toegang tot heeft?

 

De Chinese schrijver Watchmann Nee was hier begin vorige eeuw al mee bezig. Hij heeft een boek geschreven ‘de latente kracht van de ziel’. Hierin beschrijft hij dat er mensen zijn die voorwerpen kunnen oproepen en wonderlijke genezingen bewerken. Citaat: Al deze verschijnselen worden teweeggebracht door de latente kracht van de ziel na de val van Adam. Wij moeten als Christenen in deze eindtijd heel goed opletten niet, bewust of zonder het te weten, de sluimerende energie van de ziel te doen ontwaken (Bron: www.watchmannee.nl.)

Ik weet niet of Watchmann nee een vooruitziende blik heeft gehad en dat nu de sluimerende energie van de ziel aan het ontwaken is. Het zou een ander artikel vergen om dit nader te onderzoeken. Ook in deze tijd bestaan er onder christenen leerstellingen die lijken op “the secret”. In de 19e eeuw is in Amerika de de ‘prosperity teaching’ ontstaan. Zij geloofden ook dat we als christenen succesvol en gezond hoorden te zijn. Kenneth Hagin, een bekende leraar die dit predikte schreef; God heeft een wet van voorspoed en wanneer je met die wet in contact komt en de regels ervan gehoorzaamt, zal hij voor u werken. Zij vonden wel dat je Gods wet moest gehoorzamen en bidden. De overeenkomst is dat ze alle twee ervan uitgaan dat je voorspoed kunt bereiken.

Een voorbeeld van recent geleden is het gebed van Jabes. Het is een gebed wat een man bidt, zie 1 kronieken 4;10 en aan het eind ervan staat; en Jabes kreeg waar hij om gebeden had. Ook hier is een hele hype omheen gebouwd. Bij al deze dingen ligt de nadruk op succes en rijkdom en gezondheid.

Iedereen wil dit wel in je leven, maar je kunt niet zeggen dat je er recht op hebt. Het leven bestaat helaas ook uit lijden en verdriet. Vanuit pastoraal werk ken ik de verhalen van veel mensen en ik weet hoe weinig begrip er is voor mensen in nood. Het geloof in de maakbaarheid van ons leven is al diep doorgedrongen in onze maatschappij die op prestatie en succes is gericht.

Jezus, koos in eerste instantie voor de zwakke, afgewezen, gebroken mensen en niet voor de sterke, rijke, heersende klasse. Het leven is niet zoals men in de The Secret wil aantonen een Amerikaans succes story, dat we alles zelf in de hand hebben wat ons overkomt.

 

Cecile Rijke

 

Eindelijk heb ik de stappen genomen

vrijdag 8 februari 2008

Ik heb het gedaan, eindelijk. Ik heb er zo lang mee gewacht en het niet aangedurfd. Maar nu heb ik het gedaan voor het eerst. Eerst begon ik alles voor te bereiden en dacht toen nog even, zal ik het wel doen?
In 2007 heb ik al een cursus erin gevolgd om de techniek goed onder de knie, en in mijn handen te krijgen. Daarna de juiste materialen erbij gekocht en al die tijd stonden ze in mijn slaapkamer. Ik kon er niet toe komen om het op te pakken en het te gaan doen.

Voor je nu vreemde dingen van mij gaat denken. Het gaat over een heel gewoon iets, wat ik niet durfde uit angst voor reacties van de mensen.Het gaat over nordic walking, lopen met stokken simpel uitgelegd, je hebt het vast wel eens gezien. Ik kan ze natuurlijk ook meenemen als ik met mijn man ga wandelen, enige overeenkomst met nordic walking is niet uitgesloten. Maar dan nog ben ik bang voor commentaar.

Vandaag was het zulk mooi weer, dat ik het toch wou proberen. Toen ik ze klaar had gemaakt, twijfelde ik nog, denkende aan wat ik allemaal te horen zou krijgen onderweg, en of ik de techniek nog wel wist. Misschien waren er wel mensen die zeiden, je doet het niet goed.

Ik begon en liep langs wat kinderen die vrijdagmiddag vrij hadden, de stokken nog los in de hand. Ik schoot een steegje in en klikte (ja ik heb een duur soort waar dat bij kan) mijn handvat in de stok en begon. Al gauw had ik het weer te pakken en liep ik de woonwijk uit de dijk op.

Hier liep ik met mijn gezicht recht in de eerste vroege voorjaarszon en genoot meteen van de frisheid. twee pony’s in de wei, een reiger die langs de sloot zit en verderop een heleboel sneeuwklokjes. Die had ik nog niet gezien dit jaar. Het lukt me om stevig door te stappen en voel me al gauw lichtjes zweten. Dat betekent dat het dus meer uitwerkt dan een slenterende wandeling, goed voor mijn gezondheid.

Ik kom op een lange rechte weg nog meer sportievelingen tegen, een joggende oudere mevrouw die mij zelfs groet. Twee mannen op de fiets, nog een racende dame. Alleen een oudere man kijkt mij nieuwsgierig aan, maar dar trek ik me niets van aan.

Ik wil een trend gaan zetten, dat het niet meer vreemd is om met deze stokken te lopen.
Laatst toen ik uit mijn werk kwam om een uur of negen zag ik een oudere dame met stokken lopen. Zou ze het overdag niet durven en het dan zo laat in de avond moeten doen? We laten ons toch niet bang maken. Waarom is het vreemd als je iets aan je gezondheid zou willen doen. Ach, ja wat de boer niet kent…

Loop je als vrouw alleen, zonder hond, zonder man, zonder kind en zonder boodschappen dan ben je wel enigszins vreemd. Wat doe je eigenlijk daar op dat uur, lijkt men zich af te vragen.
Andere mensen die wandelen met hun hond, groeten je ineens als je met stokken loopt. Jouw aanwezigheid buiten is ineens geaccepteerd! Nu binnen nog.

copyright Cecile Rijke

Dinsdag 25 september 2007

Meestal is er van de tv niet zo veel goeds te verwachten. Ik zet hem aan voor de ontspanning, even wegduiken. Een tijdje niet hoeven voelen, niet hoeven denken, een beetje afleiding als je nergens anders energie voor hebt. Er zijn ook mensen die hem aanzetten omdat ze niet tegen de stilte kunnen. Dat heb ik niet, ik vind stilte heerlijk, de rust in het bos, het suizen van de bomen, de vogels.
Ik wil niet te veel tv kijken of eraan gehecht raken. Voor sommige mensen is het een afgod geworden. Toen in de kerk een tekst werd genoemd over afgoden moest ik hieraan denken; “Waar ze hem neerzetten, daar blijft hij staan, hij komt niet meer van zijn plaats. (Jes 46;7). Dat klopt tegenwoordig zeker met die grote breedbeeld tv’s.

Soms schakel ik echter in op het juiste moment op de juiste zender. Zoals onlangs bij Kruispunt van RKK waar iemand een boek heeft geschreven over het op jonge leeftijd je ouders verliezen. Heel erg van toepassing op mij, haar boek ga ik zeker lezen als het uitkomt. Maar dit is niet het onderwerp waar ik het nú over wil hebben.

Onlangs schakelde ik weer in bij kruispunt. Dit keer ging het over rust zoeken op Schiermonnikoog, een soort moderne klooster-ervaring. Leo Fijen sprak met diverse mensen en hun verhalen en ervaringen waren erg boeiend.
Het bracht allerlei gedachtes bij mij naar boven en ik moest terugdenken aan die keren dat ik zelf naar een klooster ben geweest. Dat het mij ondanks de stilte niet altijd gelukt is om ook echt stil van binnen te worden en mezelf terug te vinden. In deze uitzending was ook een man die na twee weken alleen kamperen het nog niet gevonden had.
Ik heb er wat gedichten over gemaakt, te beginnen met deze flarden;

Tot rust komen
Lucht, zee, wind, leeg
Bomen, mos, bladeren ritselen
Verwaaien van gedachten
Laten komen van gevoelens
Even aanraken van jezelf
Weten wie je bent

Later dacht ik terug aan mijn 3 dagen in het klooster in 2004 en schreef dit;

Ik heb de stilte gezocht,
Ik verdiepte me in haar en las over haar
Toen ik alleen in het klooster was
Maar toch vond ik haar niet

Ik kreeg de stilte op mijn bord
Toen ik moest eten zonder praten
Maar wist niet wat ik ervan moest denken
En kon mijzelf er niet in vinden

Ik zocht de stilte in de natuur
Waar werkende mensen geluid maakten
ik kon mij er niet mee omringen
de eenzaamheid van het bos voelde onveilig alleen

In de dienst na het lezen van het Woord
volgde een stilte van 5 minuten
al voelde het eerst ongemakkelijk
hier begon de stilte tot mij te spreken

Te snel moest ik weer weg en heb ik
Alleen een glimp van haar opgevangen
ontdekt waar ze misschien te vinden is
Maar ik kon haar niet meenemen.

©Cecile Rijke 2007

zaterdag 30 juni 2007
Jong is in, oud is uit, of niet?

Er is een hang naar alles wat nieuw is. Je moet toch elke dag naar het journaal kijken, wat is er vandaag gebeurd? Dat kan ik je nu al vertellen, hetzelfde als er eerder ook al eens gebeurd is, een brand hier, een oorlog daar, een overval enzovoorts. Allemaal vreselijke dingen natuurlijk maar er is niets nieuws onder de zon, zoals Prediker mijn favoriete bijbelboek al zei; “de zon gaat op, de zon gaat onder. Het oog wordt niet verzadigd van zien en het oog niet van horen”.
Over zien en horen gesproken, op het gebied van boeken en muziek zie je dit ook doorwerken. Om maar eens mijn ‘stok’paardje te noemen, in de bibliotheek kun je tegenwoordig de allernieuwste boeken lenen tegen betaling voor een week, dat noemen ze sprinters.
Maar waarom zou je het nieuwste boek willen lezen vraag ik me af. De bibliotheek ligt nog vol met boeken die je misschien nog niet gelezen hebt en het lezen waard zijn. Soms vragen mensen naar een oude titel, zoals de negerhut van oom Tom, die was niet meer beschikbaar.
Op mijn boekenpagina noem ik een aantal boeken uit de jaren 80. Deze zijn gelukkig nog, of weer opnieuw verkrijgbaar. Het zijn zulke standaardwerken geworden dat er weer vraag naar is. Zo zijn de boeken van C.S. Lewis en ook van Henri Nouwen in een nieuw jasje gestoken en opnieuw uitgegeven.

Ook op het gebied van muziek is dit het geval. Als moeder van een tienerdochter hoor ik regelmatig hedendaagse muziek, vooral R & B. Laatst ving ik wat op en zei ik, hé Supertramp. “Take a look at my girlfriend; she’s the only one I got”. Hierna volgde weer een stukje R & B. Wat bleek, ze zingen gewoon een stukje uit de oude hit en gaan daarna verder met hun eigen ding.

In het verleden hadden we wel eens discussies, dan hoorde ik een hedendaagse hit en zei ik, dat is die groep met dat nummer. Nee, zei ze dan, dat is díe groep en ze noemde een andere naam. Dat nummer is al 30 jaar oud, zei ik dan. Daar heb ik nog op gedanst als tiener! Ze hebben het gewoon opnieuw uitgebracht. Na een aantal keren zeg je dan als tevreden ouder, zie je wel dat er vroeger goede muziek werd gemaakt.

Als oude boeken en oude muziek weer terugkomt, en opnieuw gewaardeerd wordt, dan zal dit ook voor andere dingen gelden. Het kan zelfs met mensen gebeuren!. Toen ik een jaar of 10 jaar geleden werk zocht was ik niet bemiddelbaar volgens het CWI. Toen ik een paar jaar geleden weer de arbeidsmarkt op wou bleek ik zelfs gewild in mijn vak. Je hoeft geen jong bloempje meer te zijn, rijpe ervaren vrouwen zijn populair en gewild. Ze zijn nog gemaakt in een goed bouwjaar. Binnenkort ben ik van een uitstervend ras

Ach ja de tijden veranderen, maar uiteindelijk komt alles weer terug. Prediker zei het ook al:”Wat geweest is, dat zal er zijn en wat gedaan is dat zal gedaan worden. Er is niets nieuws onder de zon, is er iets waarvan men zegt; zie hier dat is nieuw- het was er al in verre tijden, die voor ons waren” (prediker 1;10 NBG vertaling)

Hoe wist die man dat toch, hij had geeneens een tv! Hij had wel iets anders, waar hij God om gevraagd had (zie 1 koningen 3;9) en hij had het nog gekregen ook (vers 12)Wijsheid. Hij kreeg het meer dan mensen voor hadden en mensen na hem. Een tijdloze wijsheid dus.

© Cecile Rijke 2007

dinsdag 26 juni 2007

een parel in Gods ogen

Een parel in Gods ogen ; gedachten over de betekenis van een mensenleven. Henri Nouwen

Dit boek werd ingeleverd in de bibliotheek waar ik werk. Al had ik veel van deze priester gehoord, deze titel kende ik nog niet. Het doet me denken aan het liedje van Elly en Rikkert; een parel in Gods hand. Dat zong ik voor mijn dochter toen ze nog een baby was en het stond op haar geboortekaartje.
Al gauw raakte ik geboeid toen ik ging lezen. Hij is echt in hoe hij schrijft. Ik houd zelf niet meer zo van teveel vrome woorden en bijbelteksten in boeken. Het moet over het reele leven gaan, niet een te hoog ideaal weergeven wat je niet kunt bereiken.
Hij heeft het over de zachte stem van binnen die tegen je zegt; jij bent mijn geliefde, in jou heb ik mijn welbehagen. We gaan er vaak aan voorbij, maar we luisteren wel naar die andere luide stem die zegt; je moet eerst bewijzen dat je iets voorstelt. Doe iets belangrijks, iets opzienbarends, iets indrukwekkends, dan zul je de liefde verdienen waarnaar je zo verlangt.
Hij vertelt dat hij maar bleef zoeken naar iets of iemand die hem ervan kon overtuigen dat hij werkelijk bemind was. Ik herken dat ook, altijd maar werken en studeren en cursussen volgen en overal waar ik verwacht wordt trouw aanwezig zijn. Ik herinner me een periode van werkeloosheid na mijn studie, elke dag een ander soort vrijwilligerswerk.

Stilzitten was altijd al moeilijk voor mij. Een paar jaar geleden sprak een vrouw over ; ‘van die bank af komen en wat gaan doen’. Aan die booodschap heb ik niets, ik had toen net gehoord dat ik moest leren 5 minuten per dag stil op de bank te zitten niets doen. Het is me nog steeds niet gelukt.

Er was toen ook WK voetbal en je kon oranje tassen met snoep kopen, met de tekst : ’zet mij maar op de bank’ Ik kocht hem vooral om mezelf eraan te herinneren dat ik die bank op moest.
Nu met een baan en een gezin en een huishouden, was ik toch van plan mijn oude wens op te pakken om weer te gaan studeren. Mijn man remt mij af, en eigenlijk heeft hij gelijk. Ik hoef al die dingen toch niet te doen, ik hoef niemand iets te bewijzen. Ook zonder studie heb ik genoeg in huis, om te zijn en te doen. Tijd voor relaties en voor mezelf schiet er vaak bij in.
Al doe ik niets en zou ik de hele dag op bed liggen, dan ben ik nog steeds Gods geliefde. Ik hoef niets te doen en niemand iets te bewijzen, God houdt van mij zoals ik ben. Ik kan het wel honderd keer tegen mezelf zeggen, maar handel er nog steeds niet naar. Anderen bemoedig ik ermee, en meen dat ook echt, maar voor mezelf lijk ik steeds te moeten bewijzen dat ik uperhaupt mag bestaan. Henri Nouwen zegt dan ook terecht, dat zelfafwijzing de grootste vijand is van het geestelijk leven. Hij noemt ook arrogantie, de tegenhanger van zelfafwijzing, als jezelf op een voetstuk plaatst om te voorkomen dat mensen je zien zoals je werkelijk bent.

Daar heeft hij natuurlijk helemaal gelijk in. Mensen die enorm zelfverzekerd tot aan het arrogante toe over komen voelen zich van binnen vaak ook minderwaardig. Alleen durven zij dat vaak niet aan zichzelf of aan anderen toe te geven. Misschien zijn ze er niet eens van bewust en vinden ze zichzelf echt beter dan een ander. Dan hebben ze nog een lange weg te gaan.
Mensen die zo zelfverzekerd over komen en altijd zeggen wat ze goed doen en kunnen kan ik niet zo veel mee. Daar heb ik dan niets aan toe te voegen, misschien alleen iets van af te halen?
Maar als je last hebt van zelfafwijzing, probeer dan jezelf maar eens op te krikken. Je omgeving staat daar meestal ook niet direct om te springen. Hoewel ik heb ervaren dat als je positief naar jezelf kijkt en je erna gedraagt, je omgeving ook veel positiever naar je gaat kijken. Het is toch een soort selffulfilling prophecy.

Ik geloof dat iedereen zich wel zal herkennen in een van de twee. Wie voelt zich nu zo goed over zichzelf, in Nederland is dat sowieso not done. Als je goed kan leren wordt je een nerd genoemd, in het ergste geval ermee geplaagd. In de VS vinden ze dat iets om trots op te zijn en kun je een beurs verdienen. In Nederland kun je in het beste geval ermee gepest worden op de middelbare scholen. Docenten beoordelen leerlingen echter nog steeds op hun cijfers en hun gedrag, en werkgevers ook op je prestaties en je sociale gedrag.

Ik ben nog maar op pagina 27 van het boek en heb nu al zoveel te vertellen. Ik heb soms ook maar een zin nodig en krijg direct inspiratie. Ik moet er alleen de tijd voor nemen. Deze weblog dwingt me nu om die tijd te gaan nemen
© Copyright Cecile Rijke 2007

maandag 2 juli 2007
Help jezelf broeder, help jezelf zuster

“Als je problemen hebt schrijf dan naar Ome Joop” zong Andre van Duin vroeger. Koot en de Bie zongen : zoek jezelf broeder, zoek jezelf zuster. Een mens redt het niet alleen maar heeft anderen nodig. Kun je ook jezelf helpen met een boek, misschien wel een boek wat je door een ander is aangeraden? Men heeft hier weer een mooi woord voor bedacht, namelijk Bibliotherapie, en dit soort boeken noemt men ook wel zelfhulpboeken.

Programma’s op tv zoals Dr. Phil en Oprah zijn enorm populair en de zogenaamde populair wetenschappelijke psychologische boeken verkopen daardoor goed. De psychologen doen onderzoek naar dit fenomeen en men noemt het nogal schamper; pseudo-wetenschap. Men vindt dat mensen zichzelf niet kunnen diagnosticeren gebaseerd op eenvoudige omschrijvingen.
Er zit wel iets in, je hebt deskundige hulp nodig op bepaalde gebieden. Maar soms is die niet voorhanden of men heeft een enorme schaamte om hulp te zoeken. Daarom zijn on-line dokters en is therapie via Internet ook zo populair. Je hoeft je niet zichtbaar zwak op te stellen, je bent anoniem en hoeft niet te laten merken aan mensen om je heen dat je een probleem hebt.
Wat is het nadeel dan als mensen zichzelf willen helpen? Ben je zelf niet de deskundige over je eigen karakter?. Of ontbreekt het mensen aan zelfkennis tegenwoordig? De vraag is misschien eerder of men wel naar binnen wil kijken. ‘Wie ben je van binnen als niemand je ziet’, zingt mijn vriendin Frida en verderop in het lied ‘geef je mij toegang vandaag?’.

Willen we wel dat een ander weet dat we ergens mee worstelen? Je moet het goed hebben en gezond zijn, anders heb je toch iets fout gedaan, maakbaarheid. Eigen schuld, dikke bult. Veel mensen willen liever de schijn ophouden dat alles goed gaat, dan toe te geven dat ze ergens mee zitten. Jammer is dat.
Gelukkig zijn er genoeg mensen die er juist hun beroep van hebben gemaakt om anderen te helpen. Maar laten we hun toe in ons binnenste, durven we zelf wel naar binnen te kijken? Niet iedereen kan dat aan en sommige mensen vluchten liever, dan door het dal te gaan en er weer beter uit te komen.
In hoeverre kun je eigenlijk jezelf helpen? Je kunt met anderen erover praten en misschien helpt het. Of je zoekt het hogerop en vraagt Gods hulp. Ik ben een voorstander van gebed, maar raad anderen ook altijd aan om met mensen te praten en als het nodig is verder hulp te zoeken, of naar een arts te gaan.
Ik geloof niet dat je te weinig geloof hebt of twijfelt als je naar een arts of psycholoog zou gaan, in plaats van te bidden of om dit te doen naast het bidden. Die gedachte is gelukkig een achterhaalde mening en niet meer standaard in christelijke kringen. Het een sluit het ander niet uit. God werkt op allerlei manieren.

Wat moet je dan met al die boeken over al deze thema’s? Ik denk dat boeken een hulpmiddel of aanvulling kunnen zijn maar geen vervanging voor een arts of psycholoog. Hoe zwaarder het probleem, hoe meer professionele hulp nodig is. Het effect van sommige trauma’s op mensenlevens is zo enorm, dat kan en mag ook jaren duren voor je bepaalde zaken verwerkt hebt.
Wat past het beste bij jouw karakter, bij jouw probleem. Voor elk mens is er misschien andere hulp nodig. Misschien is er voor ieder mens wel het juiste boek?.Misschien moet je dat boek wel zelf schrijven…

© Cecile Rijke 2007