Felicia krijgt hoog bezoek
Ze zet de cadeaus en de bloemen achter in haar auto en controleert nog een keer of ze alles heeft afgesloten en niets is vergeten. Ze stapt in de auto en begint aan de lange reis. “Het is hier nog rustig op de weg, dat zal verderop haar route wel anders zijn”, denkt ze. “O alstublieft, dat ik toch goed aankom en haar mag zien!”, stuurt ze haar wens de ruimte in. Ze probeert zich te concentreren op de weg, is meer gespannen dan anders.
De bladeren die van de bomen zijn blijven liggen kan ik nu wel weghalen. Het is hier niet nodig dat ze de planten beschermen tegen de vrieskou. Die oude gewoonte zit er zo in, terwijl het hier nooit zo koud wordt. De tuin heeft ook niet veel aandacht nodig, het groeit hier toch wel. Het is wel een prettige manier om een deel van je eigen tijd te besteden en je terug te kunnen trekken. Dat is wat ik ook altijd prettig vond op aarde. Ik kon toen niet zonder de momenten in de tuin, de rendez vous in de ochtend, waar ik mijzelf terugvond.
Ach dat is allemaal zo lang geleden, in die andere wereld. Soms vergeet ik helemaal dat ik daar ook nog een bestaan heb gehad. Dat doet het bestaan hier met je, het verleden raakt meer op de achtergrond. Ook de nare dingen vervagen op die manier. Af en toe komen de prettige dingen nog wel boven en ga ik even lekker zitten mijmeren. Hier is er geen mens welke daar een probleem mee heeft, of mij aanspoort om schoon te gaan maken en productief te blijven.
Er verandert iets in de atmosfeer, een van die zeldzame momenten dat ik aanvoel dat er iets gaat gebeuren. Er gaat iemand langskomen, een bijzondere gebeurtenis plaatsvinden… De deur van mijn tuin gaat open, en hij komt binnen. Ik heb hem nog maar een paar keer ontmoet en elke keer schrik ik er toch wel van. Hij is groot en enorm krachtig, maar hij heeft een lieve uitstraling. Hij is niet te beschrijven. Zijn bezoeken hebben een bijzonder reden, die mijn leven hier veranderen. Nou ja leven, hoe moet je het anders noemen. Ik heb hem nog niet durven vragen naar zijn naam, ik denk dat ik hem maar Michaël noem, dat past bij hem.
Hij wenkt me om met hem mee te gaan. Zou er weer een familielid aankomen? Nog niet zo lang geleden, al verdwijnt hier wel je besef van tijd, riep hij mij ook. Toen was mijn jongste broer aangekomen en hebben we hem met de overige familieleden ontvangen.
Michael kijkt me ernstig aan en laat mij weten dat hij een belangrijke opdracht heeft, we gaan iets doen wat eigenlijk zelden voorkomt, ik mag met hem mee naar beneden! Mijn adem blijft bijna stilstaan, zou het echt.?
“Het kost namelijk veel tijd, ook al reizen we snel, en veel geestelijke strijd en energie”, vertelt hij me nog. “Een groot deel van de reis zul je slapen omdat het anders te snel voor je gaat”. Hij vertelt nog dat ik hem niets mag vragen onderweg, tot hij zelf aangeeft dat het weer kon.
Hij neemt me in zijn vleugels mee en we gaan richting een deur, maar van de rest kan ik me niets meer herinneren.
Ik word weer wakker, of bij bewustzijn als we boven een wolkendek vliegen. Ik kon de snelweg beneden mij zien, wat rijden er veel auto’s! We blijven boven die weg hangen en na een tijdje begin ik het saai te vinden. Ik zou wel wat meer van het land willen zien, en vooral mensen, geen auto’s. Ik durf hem nog niets te vragen.
Ik kijk naar beneden en ontdek dat we boven een bepaalde auto blijven hangen, een rode. Ik kon niet zien wie er in zit, en het merk zegt me al helemaal niets meer, dat is te lang geleden. Ik heb toch nog wel tot vlak voor mijn vertrek kunnen rijden. Mijn dochter haalde haar rijbewijs en heeft op het laatst nog in mijn oude auto gereden. Ze haalde nog haar vriend van het station toen ik bijna moest gaan, ik weet nog dat ik kon wachten tot ze terug was.
Ineens gaat de auto een afrit op en stopt bij een stoplicht. Ik ben benieuwd op welke plek we zijn, ik kon het van bovenaf niet goed zien. De auto gaat een woonwijk in en ik zie wat flats. De auto rijdt een parkeerplaats op en parkeert bij een flat. Deze flat komt mij niet bekend voor.
Er stapt een vrouw uit met grijs haar. Er begint zich iets te vormen in mijn gedachten, een vage herinnering, een gedachte. Ik zou die vrouw toch moeten kennen, maar waarvan?. Ze doet de achterkant van de auto open en pakt allerlei tassen en spullen eruit; bloemen en cadeaus lijken het wel. Wat is er toch allemaal aan de hand.
Ik wil net aan Michaël vragen wie het is, als we ons verplaatsen en dichter naar de flat toegaan. We volgen de vrouw en zien haar lopen op de galerij tot ze aanbelt. Een jonge vrouw in een witte jurk, een zuster denk ik, doet open en dan vliegen we over de flat heen naar de achterkant.
Michael kiest een raam uit en een balkon om voor te blijven hangen. Ik kon een slaapkamer zien waar net een plukje donker haar boven een dekbed uit komt. Het lijkt me midden op de dag, is hier iemand ziek? Naast het bed zie ik een blauwe kinderwagen zonder onderstel staan. Misschien komt die mevrouw op kraamvisite?
Ineens komt een vrouw uit het bed omhoog en ze buigt zich over de kinderwagen. Wat ziet zij toch bleek, denk ik. Maar dan realiseer ik me dan ze een bekend gezicht heeft. Ze pakt een baby uit de kinderwagen en ik zie haar gezicht en schrik. Dit is toch, dit zou, dit moet…. Ik kijk naar Michael en hij knikt me glimlachend toe. Hij zegt, “geniet nog even, we moeten bijna weg, mijn missie is volbracht”.
Ik begrijp nog niet wat zijn missie was, maar vind het geweldig om haar te zien. Ze ziet er wel heel bleek uit, wat jammer dat ik niet voor haar kon zorgen en haar helpen met de baby.
“Wat kijk je naar buiten, daar is toch niets te zien”, hoor ik haar tegen haar baby zeggen. Die stem, ach wat had ik die lang niet gehoord. De baby kijkt met haar grote ogen naar buiten door het raam, precies in mijn gezicht. Ik kan haar goed bekijken, wat lijkt ze op haar, die grote ogen en mooie wenkbrauwen. Zou het kindje me kunnen zien, misschien hebben baby’s toch een extra zintuig?
Michael pakt mijn arm en laat me onhoorbaar weten dat het nu echt tijd is om te gaan. Er wacht hem weer een nieuwe opdracht. Ik zie nog net de deur opengaan en de vrouw met grijs haar komt binnen. Ja nu weet ik weer wie het is. Zij mag voor ons tweeën gaan genieten van onze kleindochter. Jammer dat ik nog niet de naam van de kleine te weten ben gekomen.
Voor ik er lang over na kan denken, zijn we al weer boven. Ik ben weer gedeeltelijk in slaap geweest. Ik heb nu echt tijd nodig om aan mijn bureau in het tuinhuisje te gaan zitten om dit alles een rustig op te schrijven. Michaël moest na het terugbrengen direct weer verder, maar hij zei nog wel iets raadselachtigs. Hij gaf me een tuintip! Hebben Engelen niets beters te doen.
Hij zei dat ik het plantje, wat ze beneden Felicia noemen, maar eens moest planten in mijn tuin. Ze zijn nogal raadselachtig die Engelen, ze beginnen uit zichzelf nooit een gesprek en beantwoorden weinig vragen. Wat zou hij nou hier mee bedoelen, maar je kunt maar beter luisteren, ik ga het morgen planten en dan zie ik wel wat ervan komt.
©Cecile Rijke 2006 , vernieuwd 2008


